Inlevingsvermorgen
Enkele dagen geleden zette ik de tv aan en viel middenin een programma over spierziekten. Een moeder vertelde over haar zoontje waarbij op 1 ½ jarige leeftijd een progessieve spierziekte was geconstateerd. Wat een schrik moet dat geweest zijn. Hij is nu 4 jaar. Ik keek naar dat jongetje: hij straalde een ongelofelijke levenslust uit. Sinds kort kan hij zwemmen en hij is dolblij met zijn scootmobiel. Maar wat zijn zijn perspectieven? Hoe lang heeft hij nog te leven? Een griepje kan al levensbedreigend zijn. Als ik de moeder hoor praten, voel ik haar emotie en die raakt mij. Ik krijg tranen in mijn ogen. Je hoopt gewoon dat ze iets vinden dat dat jongetje nog lang mag blijven leven op een menswaardige manier.
Een heel sportieve man kan bijna alles. Met skiën haalt hij prachtige capriolen uit. Opeens wordt bij hem ook een spierziekte ontdekt en het ziet er naar uit dat het afgelopen was. Gelukkig vinden ze een medicijn waarbij de ziekte stabiliseert. Hij kon weer lopen en zelfs zijn lievelingshobby, piano spelen, weer uitoefenen. Als kijker leef je je in en dan hebben we het over empathie of inlevingsvermogen.

Inlevend vertellen
Als je een verhaal vertelt, dat je niet zelf hebt meegemaakt, is het belangrijk dat je het verhaal graag wilt vertellen. Zo ja: dan is het essentieel dat je verbinding maakt met je verhaal, met de personages in je verhaal en later met je luisteraars. Dat het voelt alsof het echt is. Hoe vaker je vertelt hoe beter je dat zal lukken. Als je goed vertelt, kunnen de luisteraars de emoties voelen die jij bedoeld hebt. Door oefening kun je je empathisch vermogen verbeteren. Een heel belangrijk aspect is het gebruik van de zintuigen: Bij een verhaal is het goed om je de volgende vragen te stellen: Wat zie/hoor/voel/ruik/proef je? In mijn boek ‘Een Schatkist vol Vertelgeheimen‘ heet Hoofdstuk 16 INLEVINGSVERMOGEN. Het begint met een verhaal over een jongetje dat ik je niet wil onthouden.

Een nieuw hondje

Een boer wilde een paar puppies verkopen. Dus schilderde hij een bord om er reclame voor te maken. Hij had hem net opgehangen toen hij voelde dat er iemand aan zijn broek trok. Een klein jongetje keek hem aan. ‘Meneer, ik wil één van uw puppies kopen.’  ‘Tja, dat wordt moeilijk. Die puppies kosten veel geld, jongen.’ De jongen voelde in zijn zakken en haalde er iets uit. ‘Ik heb 1 euro en tien cent. Is dat genoeg om even te kijken?’ ‘Ja, dat denk ik wel.’
De boer keek in de richting van het hondenhok. ‘Kom eens hier, Cindy.’ Uit dat hondenhok rende een hond naar de boer toe. Ze werd gevolgd door zes kleine balletjes van bont. Het jongetje begon te stralen. Toen hij beter keek, zag hij nog een balletje van bont. Eéntje die kleiner was dan de anderen. Langzaam kwam hij tevoorschijn en glibberde naar beneden naar de andere honden toe. Het leek meer op strompelen dan lopen. ‘Die wil ik, meneer.’  De boer knielde neer bij de jongen. ‘Dat lijkt me geen goed idee, jongen. Hij zal nooit kunnen rennen en spelen als die andere honden.’ Op dat moment begon de jongen de broek van zijn rechterbeen van beneden af op te stropen. Daardoor zag de boer een kunstbeen met een speciaal vervaardigde schoen. De jongen keek de boer aan. ‘Meneer, u ziet dat ik ook niet zo goed kan rennen. Dat hondje heeft iemand nodig die hem begrijpt.’ ‘Jongen, die hond is voor jou!’

Een paar vragen / ideeën / opdrachten bij dit verhaal:
1. Probeer je in te leven: Wat zie je? Zie je het jongetje? Wat is het voor jongetje? Hoe ziet hij eruit? Hoe denk je dat zijn leven is? Waar houdt hij van? Wat vindt hij moeilijk?
2. Welke geluiden hoor je in het verhaal?
3. Welke gevoelens heb je als je aan het verhaal denkt?
4. Zijn er geuren die je ruikt?
5. Geweldig als je dit verhaal de komende dagen gaat vertellen aan de kinderen. Kun je zien of voelen dat ze meeleven, zich inleven?

Empathie
Wat heb je aan inlevingsvermogen op school? Dat ligt voor de hand. Als je echte interesse toont en de kinderen beter begrijpt, geeft dat een flinke verbetering in de relatie met de kinderen. Je wordt gevoeliger in het signaleren als er iets speelt in de groep. Door het sneller en beter begrijpen van de situatie ben je al dichter bij de oplossing ervan. Goed als kinderen leren om meer over hun gevoelens te praten en te uiten en ook goed als ze horen hoe een ander zich voelt in een bepaalde situatie. Dat kan leiden tot herkenning en medegevoel. Ik heb het vermoeden dat kinderen op school nog meer dan vroeger gestimuleerd worden om respect te hebben voor elkaar; ook dat ze meer meeleven met een ander. Het valt niet altijd mee om dat ook daadwerkelijk te realiseren. Op scholen wordt stilgestaan bij het leed in de wereld. Soms zijn er acties om mensen te helpen. (empathie)
Inlevingsvermogen helpt het kind om andere kinderen te begrijpen, te helpen en te steunen. Maar het helpt het kind ook om de eigen reactie af te stemmen op de personen om hen heen. Goed dat kinderen leren allerlei situaties goed in te schatten en daarnaar te handelen.

Vertelworkshops
Als je in de buurt van Rotterdam/Zoetermeer woont kun je bij mij oefenen om beter te vertellen met meer empathie. Drie mogelijkheden in de komende tijd:

Bibliotheek van Berkel en Rodenrijs: Twee avonden – 8 en 15 maart van 20.00-22.00 uur.
Bibliotheek van Pijnacker: Vier avonden – 16, 23, 30 maart, 6 april van 20.00-22.15 uur.
CKC & Partners Zoetermeer: Twee avonden – 3 en 10 april van 19.30-21.30 uur.
Interesse: 010-5120667  of  info@hansvanwoerkom.nl


Frequentie
Het blog ‘Verteltips’ zal voortaan 1x per maand verschijnen. Door allerlei klussen heb ik te weinig tijd om elke twee weken een blog te schrijven.
De volgende VERTELTIPS ontvang je op 14 maart.

No Comments

Be the first to start a conversation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *